Geschiedenis van hypnose

Hypnose heeft een veelbewogen geschiedenis achter de rug en heeft nog steeds te kampen
met een imago probleem. Sommige  mensen hebben een beeld van hypnose wat niet overeenkomt met de realiteit. Hypnose word soms nog steeds in media afgeschilderd als iets occults.  Zulke vooroordelen moeten de wereld uit worden geholpen. Hypnose wordt steeds meer  gezien als een waardevolle medische en psychologische techniek. Tevens verwijzen tegenwoordig veel orthodoxe artsen, hun patiënten naar een hypnotherapeut.

Bijna iedereen kan in een hypnotische trance worden gebracht, tenzij iemand psychotisch  of geestesziek is. Het grote voordeel is dat de behandeling geen bijwerkingen heeft.  Als u twijfelt over hypnose, is het goed te weten dat men u onder hypnose niets tegen uw wil kan laten doen, of wat tegen uw eigen normen en gedragspatronen ingaat.

Oude gebruiken van hypnotische technieken
Geschiedenis hypnose
Door de geschiedenis van de geneeskunde heen, is trance gebruikt om pijn te verlichten.  Meer dan 4000 jaar geleden gebruikte de grondlegger van de Chinese geneeskunst, Wang Tai, woorden als “genezend middel” en er zijn hiërogliefen op Egyptische graftombes uit 3000 v. Chr. waarop vormen van hypnose zijn vastgelegd. Het oudste geschreven verslag van hypnotische genezing komt van de Papyrus van Ebers, die gebruiken uit de Egyptische geneeskunst van voor 1552 v. Chr. beschrijft. Het geschrift vermeldt een genezer die zijn handen op het hoofd van een patiënt legt, vreemde spreuken mompelt en genezende suggesties geeft. Hij lijkt bovenmenselijk therapeutische vermogens te hebben.

Hypnose in de bijbel
Volgens sommigen is de eerste verwijzing naar hypnose te vinden in Genesis 2 V.21-22: “toen deed de Heer een diepe slaap op Adam vallen, en hij sliep; en Hij nam een van zijn ribben, en sloot dezelfde plaats toe met vlees”. God gebruikte hier hypnose als verdoving, zodat Adam geen pijn voelde bij het verwijderen van zijn rib. In het boek “Handelingen” wordt verwezen naar een apostel die diep in iemands ogen keek en diegene zo genas. “Deze hoorde Paulus spreken; welke, de ogen op hem houdende, en ziende dat gij geloofd had om gezond te worden, met grote stem zei: sta recht op uw voeten ! En hij stond op en wandelde” (Handelingen 14 V.9-10).

Sommige mensen zeggen dat ze de slaap van Saul (1 Samuel 26 V.12) en Job (Job 4 V.13 en Job 33 V.15) op een hypnotische trance lijkt. Anderen zijn van mening dat Jezus trances opwekte bij de vele mensen die hij genas.

Slaaptempels
De bekendste oude technieken met moderne hypnose zijn de slaaptempels van de  Egyptenaren, de Grieken en de Romeinen. De Egyptenaren bouwden rond 500 v. Chr. slaaptempels langs de Nijl. Ze waren geweid  aan Isis, de godin van de vruchtbaarheid, die ook helende vermogens zou hebben. De patiënt werd in een onweerstaanbare slaap gebracht door een priesterachtige magiër. Tijdens de slaap zou Isis verschijnen, een diagnose stellen en een behandeling geven. De slaapcultus spreidde zich uit tot Griekenland, waar rond 400 v. Chr. de tempels van  Asklepios werden gebouwd. Er schijnen wel 200 tot 300 van dit soort tempels gebouwd  te zijn. Asklepios was de Grieks-Romeinse god van de geneeskunst die zieken in hun dromen kon genezen.

De inductietechnieken die in de slaaptempels werden gebruikt, leken veel op de methoden die later ontwikkeld werden en vooral doen denken aan technieken van Anton Franz Mesmer. Hij maakte gebruik van handoplegging, natuurkundige magnetisme, het fixeren van de  visuele aandacht, ritmische spreuken en muziek.

Grieken die genezing zochten, kwamen naar de Abaton (een heilige slaapruimte) nadat ze  eerst lichamelijk en spiritueel waren gereinigd door het nemen van een bad en het doen van  een offer aan de tempel. Deze genezingen werden door een groot deel van de bevolking  erkend, maar toch beweerde een aantal intellectuelen dat er sprake was van bedrog.

In de tempel probeerden patiënten Asklepios op te roepen voor instructies omtrent de  behandeling. Om het genezingsproces te ondersteunen waren de muren van de tempel in verschillende kleuren geschilderd.Slaaptempels hypnose geschiedenis

Pionier in de hypnotische therapie
De moderne hypnotherapie begon in de 18e eeuw, toen een flamboyante Oostenrijkse arts Franz Anton Mesmer (1734 tot 1815) in Parijs aankwam en de theorie van het dierlijk magnetisme ontwikkelde. Veel tijdgenoten vonden hem een kwakzalver, maar nu wordt hij beschouwd als een pionier in de ontwikkeling van hypnose en psychotherapie.

Wetenschap of schandaal
Mesmer geloofde dat ziekte het resultaat was van een verstoord evenwicht van de magnetische krachten in het lichaam; het zogenaamde fluïdum. Hij herstelde het evenwicht door fluïdum van zijn eigen lichaam over te brengen naar een  de patiënt, door strijkende bewegingen langs het lichaam te maken. Na een poosje (variërend van minuten tot meer dan een uur) raakte de patiënt dan in een mesmeriaanse  “trance” of “coma”.

Mesmer noemde deze kracht dierlijk magnetisme, omdat hij dacht dat het effect had op het zenuwstelsel. Na de behandeling beweerden mensen dat ze van allerlei ziekten, van blindheid tot reuma, waren genezen. Wat Mesmer blijkbaar niet in de gaten had, was dat zijn behandeling tot zelfhypnose aanzette. Tijdens deze zelfhypnose brachten de patiënten onbewust genezing tot stand.

Scepsis onder ogen zien
Wat Mesmer de das omdeed, was dat hij voornamelijk op zoek was naar erkenning van de wetenschap. Hij was bijzonder ongeliefd in traditionele medische kringen, daar de groeiende populariteit van zijn dierlijk magnetisme ten koste ging van orthodoxe artsen. Tegenstanders haalden koning Lodewijk XVI over om een onderzoek in te stellen naar  dierlijk magnetisme.

Mesmer werd daartoe gevraagd een glas water te magnetiseren, wat later in het geheim werd verwisseld door een ander glas. Toen een patiënte dit tweede glas water had opgedronken, vertoonde ze de klassieke verschijnselen van een trance.

De onderzoekscommissie concludeerde dat Mesmer een oplichter was en dat niet het  magnetisme, maar verbeelding was die de genezing tot stand bracht.

Mesmer verliet Parijs in ongenade. Volgelingen zetten zijn werk echter voort, maar lieten  de theatrale elementen van de behandeling daarbij achterwege.

 

Methode van Esdaile
De schotse geneesheer James Esdaile (1808 tot 1859) voerde meer dan 250 operaties uit, waaronder amputaties en het verwijderen van tumoren. Hij gebruikte hierbij alleen mesmerisme om te verdoven. Hij had namelijk ontdekt dat zwellingen ook verdwenen als hij een patiënt hypnotiseerde om van de pijn af te komen. Als chloroform niet was ontdekt, zou deze methode wellicht nu nog worden toegepast.

Hernieuwde wetenschappelijke interesse
De belangstelling voor de genezende eigenschappen van trance, steeg weer door James Braid (1795 – 1860), een schotse oogarts.Hij bedacht de term “hypnose”, naar het Griekse woord hypnos, dat slaap betekent. Braid was geïnteresseerd geraakt door het zien van een mesmeriaanse show. Hij meende
dat het fenomeen werd veroorzaakt door eigenschappen van het zenuwstelsel. Het zenuwstelsel zou een hypnotische toestand tot stand brengen als het oververmoeid raakte.

De theorie van Braid was onjuist, maar hij baseerde deze op fysiologische en anatomische  feiten. Bovendien hanteerde hij wetenschappelijk taalgebruik, waardoor zijn werk geloofwaardig op wetenschappers overkwam.

James Braid bracht de mensen onder hypnose door ze een paar minuten naar een vast punt te laten kijken. Zo ontdekte hij de pendule methode.

 

Onderzoek in Frankrijk
Medicus Auguste Ambroise Liebault (1823 – 1903) en de Hippolyte Bernheim (1837 – 1919), een professor in de psychologie aan de universiteit Nancy, waren de eersten die hypnose  beschouwden als een normaal fenomeen van psychologische origine. Zij geloofden dat ze voor therapeutische doeleinden gebruikt kon worden. Tegen het einde van de 19e eeuw nam in Frankrijk de belangstelling voor hypnose af, terwijl de British Medical Association haar in 1892 als therapeutisch middel erkende.

Sigmund Freud
ASigmund Freudan het einde van de 19e eeuw zag neuroloog Sigmund Freud (1856 – 1939) hoe de  patiënten in het Salpetriere ziekenhuis onder hypnose werden gebracht. Dit vormde een belangrijke basis voor het ontwikkelen van zijn theorie over psychotherapie. Uit de manier waarop psychiatrische patiënten zich onder hypnose gedroegen, leidde hij af dat we naast ons dagelijks bewustzijn nog een ander niveau van bewustzijn hebben dat ons gedrag ongemerkt beïnvloed. Alhoewel hij niet de eerste was die dit had opgewekt, was Freud wel degene die het onbewuste als belangrijke bron van psychopathologie herkende.

Freud verwierp het gebruik van hypnose om onderdrukte herinneringen naar boven te halen. Dat hij zelf niet wist hoe iemand in trance moest brengen, heeft hier zeker toe bijgedragen. Hij meende ook dat het verlichten van neurologische symptomen door middel van hypnose de patiënt inzicht gaf in de symptomen en dat hypnose de oorzaak van de neurose niet aanpakte. Zijn wantrouwen tegenover psychotherapeutische procedures, die hij op autoriteit gebaseerd vond in plaats van op rationele analyse, kan hiervoor een oorzaak zijn geweest. Door Freuds nieuwe methoden werd hypnose begin 20e eeuw haast niet meer gebruikt.

Sigmund Freud studeerde bij Charcot in het Salpetriere ziekenhuis, werkte samen met Janet en vertaalde een boek over hypnose en psychotherapie. Hierdoor was hij op de hoogte van de hypnotische technieken uit die tijd.

 

Psycho analytische therapie
Freud ontwikkelde de psycho analytische therapie om persoonlijkheid en gedrag te vertalen  in termen van onbewuste verlangens en conflicten. De persoonlijkheid is samengesteld uit  het Es (dat het individu kan aanzetten tot lustbevrediging) en het Ich (dat tussen het redelijk verlangen en realiteit bemiddeld) en het Uber-Ich (de waarden en normen die door de ouders zijn opgelegd).

Hypnose in de 20e eeuw
Tijdens beide wereldoorlogen werd hypnose vaak gebruikt voor de behandeling van  posttraumatische stress, ook fungeerde hypnose soms als pijnstiller tijdens operatie in veldhospitalen. In 1955 werd hypnotherapie voor de Britsh Medical Association erkend als legitieme  medische behandeling. De American Medical Association volgde dit voorbeeld in 1958. De periode na 1960 wordt tegenwoordig beschouwd als het gouden tijdperk van Hypnose. Als onderdeel van de hypnotische beweging in de psychologie, die op haar beurt weer gezien kon worden als een reactie op het keurslijf van behaviorisme en de ouderwetse vastberadenheid van de Freudiaanse psycho analyse, werd hypnose vanaf nu ook gebruikt voor niet medische doeleinden zoals motivatie, verhoging van creativiteit en verslavingsproblematiek. Men ging ervan uit dat patiënten zichzelf beter begrepen en als hun gedachten anders geprogrammeerd werden, ze dan toegang kregen tot hun creatieve potentieel.

Milton Erickson
Milton EricksonMilton Erickson, een Amerikaanse psychiater, heeft een essentiële bijdrage geleverd aan de acceptatie van het medisch gebruik van hypnose en de psychotherapie. Hij was van mening  dat zelf patiënten die moeilijk te hypnotiseren zijn, een nieuwe denkwijze en een andere manier van leren konden ontwikkelen, zonder dat zij zich ervan bewust zijn dat ze leren. Hij communiceerde door het vertellen van verhalen en bedacht metaforen. Hij geloofde dat suggesties op deze manier het kritische vermogen van de patiënt passeerden zonder op eventuele weerstand te stuiten.

 

Vooruitgang
Hypnose werd nu gezien als mogelijke behandeling voor bepaalde psychologische problemen. Dr. Milton Erickson toonde mede aan dat hypnose ontwikkeld en creatief gebruikt kon worden en niet beperkt was tot het geven van een suggestie op autoritaire  manier.

John Butler, professor in de medische psychologie en neurologie in Londen, meent dat de laatste 30 jaar het gebruik van hypnose enorm is toegenomen, omdat orthodoxe artsen hun patiënten met psychosomatische klachten vaak niet konden genezen. De algemene opvatting was dat deze ziekten werden veroorzaakt door stress. Het is bewezen dat hypnose zeer goed werkt bij de behandeling van diverse psychosomatische klachten.

Geef een reactie